Waarom doe je steeds opnieuw iets waarvan je eigenlijk weet dat het je niet helpt?
Je hebt je voorgenomen om vanavond niet meer te werken.
Toch open je om 21.30 uur nog even je laptop.
Je krijgt een lastige mail en voelt direct de behoefte om te reageren.
Je weet dat je een moeilijk gesprek met een medewerker moet voeren, maar stelt het toch nog een paar dagen uit.
Of je hebt een drukke week achter de rug en denkt:
“Nu even helemaal niets.”
Voor je het weet zit je een paar uur op de bank, op je telefoon, Netflix te kijken of te gamen. Daarna baal je van jezelf omdat je wéér niet hebt gedaan wat je eigenlijk wilde doen.
We noemen dit gemakkelijk gedrag.
Maar meestal begint het veel eerder.
We reageren vaker automatisch dan we denken
In mijn coaching zie ik regelmatig dat mensen vastlopen tussen twee uitersten.
De ene kant zegt:
Kom op. Doorgaan. Niet zeuren. Je moet dit gewoon kunnen.
De andere kant zegt:
Laat maar. Even weg. Morgen weer. Ik heb nu rust nodig.
Op het eerste gezicht lijken dat twee totaal verschillende reacties.
De één gaat harder werken.
De ander trekt zich terug.
Maar onder beide reacties kan verrassend genoeg dezelfde overtuiging zitten:
Ik ben niet goed genoeg.
Of:
Ik mag geen fouten maken.
Ik moet sterk zijn.
Ik moet het anderen naar de zin maken.
Als ik niet presteer, stel ik anderen teleur.
En juist daar wordt het interessant.
Van situatie naar patroon
Om dit inzichtelijk te maken werk ik met wat ik het CoachNU-model – Van automatisch reageren naar bewuste regie noem.
Het begint altijd bij een situatie.
Stel: je leidinggevende geeft kritiek op een voorstel dat je hebt gemaakt.
Feitelijk gebeurt er misschien niet meer dan:
“Ik denk dat dit voorstel nog niet goed genoeg is. Wil je er nog eens naar kijken?”
Maar vervolgens gebeurt er razendsnel iets in jou.
Je denkt:
Zie je wel. Ik heb het niet goed gedaan.
Je voelt spanning of onzekerheid.
En je reactie kan zijn dat je jezelf onmiddellijk gaat verdedigen.
Of dat je juist niets zegt en je terugtrekt.
Dat is je automatische reactie.
Vervolgens geef je betekenis aan wat er gebeurt:
“Hij vindt dat ik mijn werk niet goed doe.”
Daaronder kan een diepere overtuiging zitten:
“Ik ben niet goed genoeg.”
En vanuit die overtuiging ontstaat gedrag.
Je gaat bijvoorbeeld nóg harder werken. Je controleert alles drie keer. Je blijft ‘s avonds langer doorwerken en wilt absoluut voorkomen dat iemand opnieuw iets op je werk kan aanmerken.
Of je kiest de andere route.
Je stelt dingen uit. Vermijdt het volgende gesprek. Zoekt afleiding en probeert het ongemakkelijke gevoel niet te ervaren.
Wanneer dit regelmatig gebeurt, ontstaat een patroon.
En dat patroon heeft een gevolg.
Je raakt uitgeput.
Je ervaart stress.
Je krijgt conflicten.
Je stelt belangrijke dingen uit.
Of je krijgt opnieuw kritiek omdat je iets te lang hebt laten liggen.
En dan gebeurt er iets fascinerends.
De uitkomst lijkt je oorspronkelijke overtuiging te bevestigen:
“Zie je wel. Ik ben inderdaad niet goed genoeg.”
De cirkel is rond.
Maar hoe stap je daar dan uit?
Niet door jezelf te vertellen dat je die gedachte niet meer mag hebben.
En ook niet door er onmiddellijk een positieve gedachte tegenover te zetten.
Een gedachte als “ik ben niet goed genoeg” kan diep ingesleten zijn.
Hoe harder je probeert hem weg te krijgen, hoe meer aandacht je hem soms juist geeft.
Daarom werk ik onder andere met defusie.
Defusie komt uit Acceptance and Commitment Therapy (ACT).
Het betekent dat je leert om afstand te nemen van je gedachten zonder ze te hoeven bestrijden.
Er is namelijk een groot verschil tussen:
“Ik ben niet goed genoeg.”
en:
“Ik merk dat ik de gedachte heb dat ik niet goed genoeg ben.”
Lees die twee zinnen nog maar eens.
Bij de eerste ben je de gedachte.
Bij de tweede heb je een gedachte.
Dat lijkt een klein taalverschil.
Psychologisch is het een groot verschil.
Je hoeft niet alles te geloven wat je denkt
Tijdens coaching probeer ik daarom niet meteen een overtuiging te veranderen.
Eerst wil ik dat iemand hem leert zien.
Bijvoorbeeld wanneer de gedachte opkomt:
“Je moet doorgaan.”
Dan kun je oefenen met:
“Ik merk dat mijn ‘doorgaan-kant’ er weer is.”
Of:
“Mijn hoofd vertelt me nu dat ik niet mag stoppen.”
Of zelfs:
“Dank je. Ik weet dat je me probeert te helpen.”
Daarmee verdwijnt de gedachte waarschijnlijk niet.
Dat hoeft ook niet.
Er ontstaat iets anders dat veel belangrijker is:
ruimte.
Ruimte tussen wat je denkt en wat je doet.
En precies in die ruimte ontstaat keuze.
Van automatische piloot naar regie
Daar zit voor mij de essentie van coaching.
Niet:
Hoe krijg ik mijn vervelende gedachten weg?
Maar:
Kan ik mijn gedachten herkennen zonder dat ze automatisch mijn gedrag bepalen?
Dan kun je jezelf andere vragen stellen:
Wat gebeurt hier nu eigenlijk met mij?
Welke gedachte neemt het over?
Wat probeer ik hiermee te voorkomen of te beschermen?
Welke overtuiging zit hieronder?
Wat gebeurt er als ik deze gedachte niet onmiddellijk volg?
En uiteindelijk:
Wat wil ík in deze situatie kiezen?
Misschien besluit je alsnog om door te werken.
Maar dan omdat jij daarvoor kiest.
Niet omdat een stem in je hoofd zegt dat je anders niet goed genoeg bent.
Misschien besluit je om rust te nemen.
Maar dan omdat je merkt dat je herstel nodig hebt.
Niet omdat je wilt vluchten voor iets wat spannend is.
Het gedrag aan de buitenkant kan zelfs hetzelfde zijn.
Het verschil zit in wie er aan het stuur zit.
Zo werk ik ermee in coaching
Ik doorloop daarbij grofweg deze beweging:
Situatie → Reactie → Betekenis → Overtuiging → Patroon → Gevolg/uitkomst
Dat is de automatische lus.
Vervolgens onderzoeken we:
Bewustwording → Defusie → Regie & keuze → Nieuw gedrag → Nieuwe ervaring
We gaan dus niet alleen terug naar waar een patroon vandaan komt.
Begrijpen waarom je doet wat je doet kan enorm waardevol zijn.
Maar begrijpen alleen verandert nog niets.
Uiteindelijk gaat het om de vraag:
Wat kies je vandaag anders?
Daarmee ontstaat een nieuwe ervaring.
En wanneer je die ervaring vaak genoeg opdoet, kan langzaam ook het oude patroon zijn grip verliezen.
Dat is voor mij de beweging van automatisch reageren naar bewuste regie.
Herken. Begrijp. Kies. Groei.
Want je verleden kan veel verklaren.
Maar het hoeft niet te bepalen wat je vandaag kiest.











